Tag Archives: reclamebureau

Portret

Koffie drinken met …

Gert Stremmelaar, zzp’er in de jaren 70. Tegenwoordig als gepensioneerd econoom penningmeester van het Groningse Wijkoverleg Korrewegwijk en als zodanig betrokken bij het zzp-initiatief de Blije Business Borrel.

IMG_5991naam Gert Stremmelaar
leeftijd 78 jaar
thuis Alleenwonend (twee volwassen kinderen, een kleindochter)
woonplaats Groningen
professie econoom, homo universalis en penningmeester van het Wijkoverleg Korrewegwijk in Groningen, betrokken bij het zzp-initiatief de Blije Business Borrel

website
 www.blijebusiness.n

PENNINGMEESTER
Mijn schoonzus wees mij op de vacature van penningmeester bij het Wijkoverleg Korrewegwijk in Groningen, waar ik woon. Vrijwilligerswerk. Dat is nu alweer zo’n zeven jaar geleden. Ik was net terug van vijf jaar wonen en werken in Boedapest en vroeg me af wat te doen. In Hongarije ben ik begonnen met het schrijven van essays. Dat doe ik nog steeds, maar ik wil graag iets voor mijn stad betekenen en ik houd van het contact met mensen. Dus nu ben ik penningmeester. Dat past bij mij als econoom, zou je zeggen, maar gek genoeg heb ik een hekel aan financiën, geld en cijfers. Ik houd me daar het liefst zo min mogelijk mee bezig. Bij de Blije Business Borrel, waar ik als wijkbestuurder/penningmeester bij betrokken ben, wil ik het zo weinig mogelijk over geld hebben. De Korrewegwijk is een Vogelaarwijk en heeft last van drugs en andere overlast en rommel op straat.

IMG_6796

Het wijkoverleg probeert tot een sterkere sociale cohesie in de wijk te komen en meer aandacht voor de wijk te genereren. Twee jaar geleden vond ik dat er aandacht geschonken moest worden aan de economische positie van de wijkbewoners. Veel inwoners hebben moeite om rond te komen. Toen we hoorden dat de gemeente in de gerenoveerde Oosterparkwijk bezig was iets op te zetten voor ondernemers hebben we ons voorgenomen daar aan mee te doen zodra zo’n initiatief in onze wijk zou komen. En nu is het zover. Op een eerste bijeenkomst kwamen drie van de 75 aangeschreven ondernemers. De tweede keer kwamen er dertig van de 1000 genodigden. Men kon deelnemen aan een workshop Onderhandelen, Golden Circle, Brain Storm, Onderling Kennismaken, of gewoon aan de bar blijven staan.’

‘De generatie zelfstandigen die ik nu leer kennen, maakt zich veel minder druk om inkomen dan wij destijds.’

BLIJE BUSINESS
Ik merk duidelijk dat ik ouder ben dan de anderen in de voorbereidingscommissie. Iedereen had gehoord van de Golden Circle, bijvoorbeeld. Ik niet. Het is sowieso een heel andere tijd dan toen ik zzp’er was in de zeventiger jaren. Met drie anderen bemande ik het alternatieve reclame- en marketingbureau Wrik. We werkten alleen voor goede doelen, tegen het laagst mogelijke tarief. Dat kon omdat we onszelf het minimum loon uitkeerden. Als ik ons vergelijk met de huidige zelfstandigen, waren wij veel zwaarmoediger over ons inkomen. En dan die term ‘Blije Business’. Het zou niet in mij opkomen om het zo te noemen. Zo optimistisch.


Mijn ouders hadden voortdurend tegen mij gezegd dat ik steeds mijn best moest doen, anders zou het niet goed met mij aflopen. Zoals mijn vader altijd zei: ‘’Wij moeten het voor de poorten van de hel wegslepen.’’ Ik merk ook dat ik van een andere generatie ben als het gaat om het organiseren van zo’n netwerkavond. Ik ben gewend dat een iemand vrij autoritair de leiding heeft. En dat de groep van te voren de gang van zaken goed vastgelegd. Bij de Blije Business Borrel vond niemand dat nodig. Het zou allemaal zijn weg wel vinden en goed komen. En dat was ook zo.’

ENGELAND, SOEDAN, SURINAME
De tijd van het reclamebureau was een erg heel leuke periode. Ik was copywriter en vond het fantastisch om samen met de ontwerpers iets maken. Na vijf jaar hielden we het, om verschillende redenen, voor gezien. Een van ons was nóg alternatiever geworden. Hij was op blote voeten gaan lopen, stapte een keer in een glasscherf en kwam met een bebloede voet bij de klant aan. Hij is uiteindelijk een alternatieve camping in de Pyreneeën begonnen. Een andere had last van de constante onzekerheid of er wel voldoende geld binnen zou komen. Hij is vast aangesteld als vaste ontwerper bij De Oosterpoort in Groningen. De derde is commercieel ontwerper geworden. [/one_half][one_half last=”yes”]En ik ben naar Suriname gegaan om er bijna drie jaar te werken op een net opgericht schooltje, een voortzetting van de kweekschool. Een soort lerarenopleiding dus waar ik economielessen gaf. Dat paste bij mij, want vóór het reclamebureau was ik student-assistent en wetenschappelijk medewerker aan de Economische Faculteit in Groningen Ik gaf er allerlei colleges, maar door de grote aantallen studenten vond ik het niet erg leuk. Dus ging ik een jaar naar Engeland en vervolgens naar Soedan, om daar aan de universiteit te werken. Toentertijd kon je als econoom overal werken. Ik voel me makkelijk ergens thuis, maar het werk moet niet te hiërarchisch georganiseerd zijn. Daar kan ik niet tegen.’

ECONOMIE GAAT NIET OVER GELD
Na Suriname kreeg ik een baan bij de lerarenopleiding UBBO Emmius. Iets wat voor een normale econoom te gewoontjes was. In die tijd wilde economen aanzien. Te weinig aanzien. De sectie economie vroeg of ik wilde solliciteren. Dat deed ik en ik heb daar met veel plezier gewerkt. Vooral in de vijf jaar dat ik hoofddocent was van de sectie. Ook weer allemaal alternatievelingen. Geen doorsnee economen, maar mensen met een zeker idealisme. We moesten de leerlingen opleiden in de markteconomie, met zijn vraag- en aanbodcurves. Dat vonden wij te eenzijdig, daarom boden we meerdere gedachtegangen aan. Zo hadden we Marx in het programma staan. We hebben heel bevlogen nieuwe lesmethodes ontwikkeld. Ik heb achteraf spijt dat we die niet beter hebben vastgelegd. Ik werkte met mijn soort mensen, een leuke, interessante groep. Maar toen werd er gefuseerd in het kader van Deetmans plannen voor het HBO en ging het mis. Er werd eindeloos vergaderd. Ik werd ontslagen, maar vocht mijn ontslag succesvol aan. Ik was 61 jaar en ben naar Boedapest verhuisd. De link naar die stad was er vanuit de lerarenopleiding, want we hadden jarenlang een uitwisselingsprogramma met die stad. Toen een van mijn contacten daar hoorde van mijn ontslag, vroeg ze of ik in Boedapest les wilde komen geven. Ik heb geen moment getwijfeld. En daar begon ik dus aan mijn essays. Die handelen over van alles en nog wat, maar vooral over de manier waarop tegenwoordig tegen economie aan wordt gekeken. Het wordt gezien als een wetenschap en dat is het niet. Het grootste misverstand is dat de door de markt van vraag en aanbod de productiemiddelen zo worden aangewend dat de belangrijkste behoeften worden bevredigd. Dat is eenzijdig. Met deze ideologie kom je uiteindelijk uit bij het neoliberalisme van vandaag. Economie gaat niet over geld. Economie gaat over hoe mensen samenwerken. Als je economie bekijkt op een manier waarbij de prijs van een product niet leidend is voor een bedrijf, maar de manier waarop er in een bedrijf gewerkt wordt – prettig en rekening houdend met mensen – dan kom je uit bij een heel andere samenleving. Een andere ideologie, dus een andere maatschappij. Daarom moet de overheid zich er ook actief mee bemoeien. Voor individuen betekent dat, althans voor mij, dat ze niet afhankelijk moeten zijn van geld en carrière. Je moet doen wat je graag wilt doen. Daar kan soms weinig maatschappelijke waardering voor zijn, waardoor het slecht of niet wordt beloond. Daarom moet je altijd zorgen dat je vaste lasten zo laag mogelijk zijn. Jezelf niet afhankelijk maken van het hebben van een auto, huis en kleren, van dingen die geld kosten.’